www.f1-planet.com - Special: A Return Of Voice

 

Murray Walker<br>Murray Walker
Murray Walker
Murray Walker

A RETURN OF VOICE 

 

         
       

          Advertentie

 

Hij had meer dan vijftig jaar autosportcommentaar achter de rug, toen hij aan het einde van 2001 een punt zette achter zijn Formule 1-commentaarwerk voor de Britse zender ITV. Inmiddels is Murray Walker terug in het paddock én achter de microfoon als commentator bij de Grand Prix Masters.

Een exclusief interview door F1-Planet.com's Stefan Zwinkels met 'The Voice of Formula One'. 

 

 

Er is vandaag de dag niemand in het Formule 1-paddock die al zo lang meeloopt als Murray Walker. De voormalig Formule 1-commentator van de BBC en ITV is dan ook al aardig op leeftijd. Afgelopen oktober werd hij 83, maar als je hem bezig ziet, zou je hem die zeker niet geven. Dit seizoen keerde hij na vijf seizoenen terug in het Formule 1-paddock, nu als ambassadeur voor het team van Honda. Het enthousiasme dat hij daarbij opnieuw overbrengt op de gasten van het team doet velen terugdenken aan de jaren dat hij het live commentaar verzorgde bij de Grands Prix.

De comeback van Walker was misschien wel de opmerkelijkste van de afgelopen jaren; opmerkelijker nog dan die van Jacques Villeneuve bijvoorbeeld aan het einde van 2004. Hij keerde niet alleen terug in het Formule 1-paddock, plotseling was hij ook weer terug achter de microfoon, als commentator bij de Grand Prix Masters. In Nederland zal Walker vooral een begrip zijn bij de oudere fans die hem zich zullen herinneren uit de tijd dat hij nog voor de BBC werkte. Dat was tot eind 1996. Hij had er op dat moment al meer dan 45 dienstjaren opzitten bij de Britse publieke omroep en was vanaf het begin betrokken geweest bij de verslaggeving van de Grands Prix. Een man dus met een schat aan ervaring die de autosport door de jaren heen heeft zien veranderen. 

Het is maar weinig commentatoren gegeven dat ze zo lang op hun post kunnen blijven en al helemaal dat ze bij de overgang van de rechten naar een commercieel station op de leeftijd van 73 worden gevraagd om mee te verhuizen. Het gebeurde Murray Walker en dat is tekenend voor de status die hij heeft opgebouwd; niet alleen binnen de Formule 1, maar vooral bij het Engelse publiek, dat hem ook met een ruime meerderheid behouden wilde zien. Gedurende zijn carrière gingen zijn commentaren de hele wereld over. Zenders in landen als Australië, Canada en Zuid-Afrika die zelf geen man ter plaatse hadden, maakten maar wat graag gebruik van het deskundige commentaar van de Engelsman.

 

Murray, je was jarenlang Formule 1-commentator bij de BBC, daarna bij ITV en nu Grand Prix Masters voor SKY. Hoe ben je in de autosport verzeild geraakt?

Murray: "Dat is een lang verhaal. Ik zal het zo kort houden als ik kan. Mijn vader was een professioneel motorcoureur. Hij won de TT van The Isle of Man, hij won de TT van Assen; zo'n beetje alle continentale races. Ik werd in die omgeving geboren en hij racete tot ik een jaar of twaalf was. Ik ben dus in een race-atmosfeer opgegroeid. In de oorlog zat ik in een tankregiment. Ik heb vrij lang in Nederland gediend. We brachten de winter van 1944 door in het plaatsje Nederweert. 

Toen ik uit het leger kwam, ging ik de reclamewereld in. Ik begon ook met motorracen, maar ik was niet goed genoeg. Toen mijn vader stopte met racen werd hij redacteur bij het motorsportblad Motorcycling en daarnaast was hij commentator bij motorraces voor de BBC. Ik ben min of meer in zijn voetsporen getreden toen ik me realiseerde dat ik niet goed genoeg was om zelf te racen. Ik deed auditie bij de BBC. Mijn eerste evenement was de Britse Grand Prix Formule 1 in 1949... Het heette toen trouwens nog niet Formule 1. Ik was in de eerste plaats commentator voor motorraces bij de BBC; samen met mijn vader tot 1962 toen hij stierf en vanaf dat moment ben ik er alleen mee doorgegaan. Maar ik deed ook al Formule 3, rally cross en touringcars. Toen de BBC in 1978 besloot alle Grands Prix live te gaan doen, vroegen ze mij of ik het wilde doen. Zo is het eigenlijk allemaal begonnen".

Was je toen je begon al geïnteresseerd in autosport en de Formule 1?

Murray: "O ja, zeker. Ik was altijd al geïnteresseerd in zo'n beetje alle gemotoriseerde sporten; motorcross, motorracen, autosport en Formule 1. Alles".

 

In de eerste twee seizoenen dat de BBC alle Grands Prix live in beeld bracht, acteerde Murray solo als commentator. Eind 1979 werd hij echter verrast door de beslissing van de BBC om wereldkampioen James Hunt, die zojuist een punt had gezet achter zijn racecarrière, naast hem plaats te laten nemen als co-commentator. Het zou het begin zijn van een bijzondere, maar bewogen samenwerking. 

 

Ik heb een aantal passages gelezen uit je boek 'Unless I Am Very Much Mistaken' en daarin vertel je over je samenwerking met James Hunt die jarenlang je co-commentator was bij de BBC. Je schreef dat twee mensen nauwelijks meer kunnen verschillen, maar desondanks vulden jullie elkaar perfect aan...

Murray: "Ja, dat klopt. James was heel anders dan ik. Ik was oud genoeg om zijn vader te kunnen zijn. Ik had weinig bewondering voor zijn levenswijze. Waarschijnlijk kwam het omdat we zo van leeftijd verschilden. Hij was een uitzonderlijk persoon. Hij dacht niet zoals normale mensen denken. De dingen die jij deed, zou hij niet doen; hij dronk veel, zat altijd achter de vrouwen aan, gebruikte drugs. Hij kleedde zich altijd vrij apart, maar we konden best aardig met elkaar opschieten. Zoals ik in het boek schreef: in de loop der jaren konden we steeds beter met elkaar overweg. Toen hij op zijn vijfenveertigste overleed waren we best goede vrienden".

Bij ITV werkte je vervolgens met Martin Brundle. Ik denk een wereld van verschil?

Murray: "Ja, dat is niet te vergelijken. Ik kon het altijd al heel goed vinden met Martin Brundle. Hij is een ideale co-commentator, omdat hij voor acht verschillende Formule 1-teams had gereden. Hij was Wereldkampioen Sportscars, had Le Mans gewonnen, dus hij wist er alles van en had alles al meegemaakt in de autosport. Hij is een van de weinige personen die goed zijn in een sport en daar ook nog eens interessant over kan vertellen. Hij heeft bovendien een enorm gevoel voor humor; een goede teamplayer. Hij is met afstand de beste persoon die ik naast me heb gehad in de commentaarpositie".

Je hebt meer dan vijf decennia meegemaakt in de Formule 1 en daarin heel veel zien veranderen. Wat zijn je gevoelens daarbij?

Murray: "Autosport en Formule 1 in het bijzonder zijn nu heel anders dan toen ik begon. Hoewel het nog steeds mannen in auto's zijn die rondjes rijden en proberen dat sneller te doen dan wie dan ook, is het nu zoveel professioneler. Als mensen vragen wat ik heb zien veranderen, dan zijn er twee grote veranderingen die me zijn opgevallen. De eerste is dat het van een amateursport is ontwikkeld tot een zeer professionele sport waarin enorme bedragen omgaan. De andere grote verandering was er op het gebied van veiligheid. Toen ik begon hadden de auto's de motor voorin. De coureurs droegen geen enkele vorm van veiligheidskleding; er waren geen gordels, geen grindbakken, geen vangrails. Al dat soort dingen ontbraken. En nu is het godzijdank allemaal veel, veel veiliger. Dat zijn de belangrijkste veranderingen, maar het is nog steeds een geweldige sport om bij betrokken te zijn".

Je sprak over veiligheid. Je was er ook bij in de tijd dat er nog regelmatig coureurs omkwamen. Was het in die tijd moeilijk aan het publiek uit te leggen dat - en een sport te verdedigen waarin -  er mensen omkomen?

Murray: "Nou, er zijn natuurlijk mensen die vinden dat omdat er het gevaar bestaat dat er mensen bij omkomen, het niet zou moeten gebeuren. Ik heb altijd gezegd: de mens is een competitief beestje. Als je mensen ervan weerhoudt om competitief te zijn, dan sterven we uit. Als je mensen ervan weerhoudt te racen met auto's en motoren, ga je ze er dan ook van weerhouden om bergen te beklimmen? Of ze van andere dingen weerhouden waarbij ze zouden kunnen omkomen? Dat is onzinnig. Ik vind dat het aan het individu is om de keuze te maken om deel te nemen aan een gemotoriseerde sport. Iedereen weet diep van binnen dat ze serieuze verwondingen op kunnen lopen of zelfs dood kunnen gaan, maar niemand denkt dat het hem zal overkomen, anders zouden ze het niet doen.

Wat ik belangrijk vind, is dat er geen slachtoffers vallen onder de toeschouwers. Als ik besluit om met een auto of motor te gaan racen, weet ik dat ik daarbij dood kan gaan. Nou dat is dan mijn probleem. Maar het wordt een ieders probleem als ik daarbij in een menigte terecht kom en ook andere mensen ombreng. Dat is onaanvaardbaar".

Dat gebeurde in 1955 in Le Mans. Waren er toen hevige discussies over?

Murray: "O ja, enorm. Autosport werd in Zwitserland geheel verboden en is daar sindsdien nooit meer toegestaan. Er waren enorm verhitte discussies over de goede en slechte kanten van autosport".

De Formule 1 is eigenlijk altijd in beweging. Het staat feitelijk nooit stil. Hoe is het om die voortdurende verandering mee te maken en die zo lang ook bij te kunnen houden?

Murray: "Als je er de hele tijd midden in zit, gaan de veranderingen zo geleidelijk dat het eigenlijk is zoals alle andere dingen in het leven. Ze gebeuren gewoon om je heen, je neemt het mee en gaat door. Je bemerkt grote veranderingen als je er een aantal jaren uit bent geweest en dan terugkomt, omdat er zoveel is gebeurd in de tijd dat je er niet was. Maar ik ben er nooit uit geweest. Ik doe nog steeds commentaren, bij de Grand Prix Masters. Ik ben Honda's Formule 1 Ambassadeur, dus ik ga naar de races met het Formule 1-team en het is een moeilijke vraag voor mij om te beantwoorden, want ik ben er nog steeds bij betrokken".

 

Fangio, Moss, Hill, Stewart, Lauda, Andretti, Prost, Senna en Schumacher: Walker heeft ze in de loop der jaren allemaal zien komen en gaan. Zelf is hij er trots op dat hij al die kampioenen de revue heeft zien passeren, maar hij voelde ook aan dat de jaren begonnen te tellen. Aan het einde van 2000 besloot hij dat het tijd was om een punt te zetten achter zijn loopbaan als commentator. Ruim vijfentwintig jaar de wereld over reizen gaat je uiteindelijk niet in de kouwe kleren zitten en bovendien vreesde hij dat zijn leeftijd hem op den duur zou inhalen. 2001 zou zijn laatste seizoen zijn en na de Grand Prix van de VS, die op prime time in Engeland hoge kijkcijfers trok, zwaaide hij definitief af. Hij trok zich terug, werkte aan een autobiografie die een klein jaar later verscheen en zou vervolgens slechts sporadisch nog evenementen bezoeken. Tot hij eind 2005 onverwacht weer zijn opwachting maakte. Niet in de Formule 1, maar als commentator bij de Grand Prix Masters, de serie waarin de oude generatie coureurs die hij jarenlang had becommentarieerd het opnieuw tegen elkaar opnamen. Toen de organisatie hem vroeg of hij geïnteresseerd was om het commentaar op zich te nemen, kroop het bloed toch waar het niet gaan kon...

 

Je stopte met Formule 1 commentaar aan het einde van 2001, maar keerde recentelijk terug voor de Grand Prix Masters. Wat deed je besluiten om het te doen?

Murray: "Ik miste het enorm. Ik heb 53 jaar commentaren gedaan en ben niet gestopt omdat ik er genoeg van had. Ik stopte omdat ik het heel lang had gedaan en omdat het nu eenmaal zo is dat leeftijd mensen op een gegeven moment gaat opbreken. Ik was bang dat het mij zou gaan opbreken. En ik wilde per se op een waardige manier stoppen; op het moment dat ik naar mijn idee dichter bij de top zat dan bij het dal. Ik paste ervoor dat mensen op een gegeven moment zouden zeggen: 'die ouwe gek heeft zijn tijd gehad en moet ermee stoppen'. Maar ik miste het enorm en toen de mogelijkheid zich voordeed om wat dingen te doen, was ik alleen maar blij dat ik het mocht doen. Al doe ik het nu niet meer met dezelfde intensiteit als eerst. Ik ging vroeger natuurlijk naar alle Grands Prix. Nu ga ik niet meer naar alle Grands Prix voor Honda en de Grand Prix Masters zijn maar twee, drie of vier evenementen per jaar".

De Grand Prix Masters was mijns inziens echt een openbaring met geweldige wedstrijden in Kyalami en Silverstone. Je ziet dat leeftijd geen enkele afbreuk doet aan coureurs die op gelijke voet tegen elkaar racen.

Murray: "Ik ben blij dat je het leuk vindt. De race in Kyalami was erg goed. De race in Qatar was niet goed, om allerlei redenen. De race op Silverstone was erg goed. Financieel was het een ramp door het weer. Het weer was dramatisch slecht en daarnaast hadden we al die motorproblemen. Er namen maar zestien auto's deel, maar gedurende de vrijdag en de zaterdag waren er maarliefst veertig motorwissels. Het had niet veel gescheeld of het evenement was helemaal niet doorgegaan. Maar het is een geweldig concept en ik hoop dat het de kans krijgt om zich te vestigen. Ze werken er hard aan om meer evenementen te realiseren en meer coureurs aan te trekken. Ze moeten meer bekende coureurs krijgen".

Denk je dat dat gaat lukken? Vooral uit de jongere generatie voormalige F1-coureurs zoals Gerhard Berger en Jean Alesi?

Murray: "Sommigen van hen zijn geïnteresseerd. Je ziet dat diegene die deelnemen het ook enorm leuk vinden. Mensen zoals Jan Lammers zijn een enorme aanwinst voor de serie. Jan is heel betrokken en heel enthousiast. Maar mensen als Gerhard Berger... Als hij een klein beetje ouder was, zou hij deel kunnen nemen, maar dat zou hij niet doen omdat hij heeft gezegd: 'Ik ben twintig jaar lang bezig geweest mezelf bijna dood te rijden en dat ga ik niet nog eens doen'. En daar moet je moet begrip voor hebben. Ik denk dat als de tijd rijp is, een coureur als Johnny Herbert een ideale persoon zou zijn om in de Grand Prix Masters te rijden, maar hij is nog steeds een beetje te jong. Ze zouden eigenlijk de leeftijdsondergrens wat naar beneden moeten bijstellen".

 

Murray is zich ervan bewust dat hij een bevoorrecht man is. Hij had de baan die iedere journalist wel zou willen hebben. Zelf genoot hij er ook ten volle van en zijn enthousiasme tijdens de Grands Prix was dan ook zijn grote handelsmerk. Zijn vele stemverheffingen gaven zijn commentaar en daardoor de beleving van de races door de fans een aanstekelijke levendigheid mee. In de commentaarpositie was Walker steevast in zijn element; een spraakwaterval, waarbij hij zichzelf af en toe wat in zijn enthousiasme moest remmen: uit dat enthousiasme vloeiden soms hilarische versprekingen voort en dat op een manier zoals dat eigenlijk alleen in het Engels kan. 

 

Je staat bekend om je enorme enthousiasme tijdens je commentaren. Ik kan me dat zelf nog herinneren toen ik vroeger naar de BBC keek. heb gehoord dat je altijd staat terwijl je commentaar geeft.

Murray: "Ja, dat klopt. Ik heb daar verschillende redenen voor. Van de ene was ik mezelf bewust, de andere realiseerde ik me eerst nog niet. In de eerste plaats raakte ik nogal eens opgewonden tijdens een race en sprong dan ineens op, wees naar het scherm en al dat soort dingen. Dan kun je gewoon niet blijven zitten. Het is ook veel moeilijker om enthousiast te worden als je zit. 

De andere reden... Ik sprak op een feestje eens met iemand die arts bleek te zijn, een borstspecialist. We raakten aan de praat en ik vertelde wat ik deed en dat ik de commentaren staand doe en hij zei: 'Ja, maar daar is een fysieke reden voor. Als je zit dan gaan je schouders naar voren en is wordt je borstkas samengedrukt'. Hij zei: 'als je daarentegen opstaat, gaan je schouders terug naar achteren en zet je borstkas uit. Je ademt dan beter en je gebruikt je stem ook beter'. Het is dus een combinatie van die twee redenen, maar vooral omdat ik vond dat ik een beter overzicht heb als ik sta. Ik heb op de een of andere manier altijd het gevoel dat je wat beperkt bent als je zit".

 

Toch was het niet altijd even gemakkelijk. Gedurende zijn carrière heeft Walker veel coureurs voor zijn ogen zien sterven en vaak tijdens zijn live commentaar. Op zulke momenten is het voor een commentator een loodzware klus om het publiek op sleeptouw te nemen en hen van de juiste informatie te voorzien. Beelden kunnen in zo'n geval een te positieve benadering uitsluiten, maar tegelijkertijd kun je ook onmogelijk overhaaste conclusies trekken. Gelukkig is de veiligheid de laatste jaren zodanig verbeterd dat fatale ongevallen zijn uitgebleven, maar bij velen zal Imola 1994 toch in het geheugen gegrift blijven als een van de zwartste weekenden die de autosport heeft gekend. Zo ook bij Murray.

 

Als commentator was je erbij toen Ayrton Senna omkwam voor een miljoenenpubliek. Was dat het moeilijkste moment in je carrière?

Murray: "Ja, zeker. Ik heb helaas verschillende mensen in beeld zien sterven terwijl ik het commentaar deed, maar de dood van Senna was het slechtste wat me is overkomen. Senna was een mens en ze waren allemaal mensen. In dat opzicht waren ze allemaal even belangrijk, maar Senna was uniek in het feit dat hij zo enorm bekend was en een held was voor zoveel mensen, vooral in Brazilië. En hij kwam om op live televisie. 

Zo'n situatie is onnoemelijk moeilijk, voor iedereen en ook voor mij. Ik kreeg de beelden van de Italiaanse RAI in mijn commentaarpositie en sommige waren niet zo plezierig. Gelukkig was het de eerste keer dat de BBC zelf een eigen camera op het circuit had, waardoor we naar andere beelden konden schakelen. Ik wist op dat moment niet wat Senna's conditie was en je kon daar ook absoluut niet achter komen. Dan is het heel moeilijk om commentaar te geven in zulke zware omstandigheden".

Maken zulke situaties dat je een meer afstandelijke houding aanneemt naar coureurs?

Murray: "Mensen denken vaak dat mensen als ik en andere commentatoren persoonlijke vrienden zijn van de coureurs. Dat we met ze dineren en bij hen thuis komen; al dat soort dingen. Maar dat is niet zo. In de Formule 1 is het heel moeilijk om de coureurs te benaderen. Je weet het zelf, je maakt afspraken met persmensen en ik ben in dat opzicht niet anders dan anderen. Waarschijnlijk ken ik een aantal van hen veel beter omdat ik het ook langer doe dan de meeste anderen. Mensen zoals Nigel Mansell zijn persoonlijke vrienden van me geworden".

Ik vraag het omdat ik laatst een post-mortem las van de Franse journalist Jabby Crombac. Hij was heel close met Jim Clark en diens dood kwam daardoor heel hard aan bij hem.

Murray: "Vroeger waren mensen zoals Jabby Crombac inderdaad veel closer met coureurs. Hij was veel closer met Jim Clark dan ik ben met bijvoorbeeld Michael Schumacher. Maar ik denk dat je een soort psychologische barrière opbouwt tussen jou en de coureurs, omdat je weet dat ze kunnen omkomen. Je doet dat denk ik onbewust, zodat je daar persoonlijk niet te zwaar door geraakt zou worden".

 

Je keerde dit seizoen terug in het Formule 1 paddock als ambassadeur voor Honda. Wat hield die rol precies in?

Murray: "Ik doe wat tv- en radiowerk voor ze, maar mijn belangrijkste taak is mijn werk in de Paddock Club. Ik ben gastheer voor de gasten en sponsors in de Paddock Club. Ik praat met hen en begeleid hen. Ik heb daarnaast Jenson Button, Anthony Davidson, Rubens Barrichello en Honda teampersoneel geïnterviewd. Het komt erop neer... Ik noem het altijd een Vrolijke Frans-rol. Een bekend gezicht dat het Honda uniform draagt en de tussenpersoon is voor de gasten en het team".

Leuk om te doen, lijkt me?

Murray: "O ja, het is een geweldig leuke baan. Ik ga naar de meeste wedstrijden en ik ben in het paddock. Ik kan al m'n vrienden daar spreken. Ik hoef alleen maar wat te presenteren en met mensen te praten in de Paddock Club. Dat is niet zo moeilijk".

Bij Honda stond Jenson Button lange tijd onder druk. De Britse media hadden hem echt bij de keel gegrepen voordat hij zijn eerste overwinning behaalde in Hongarije.

Murray: "Ja, ik weet niet precies hoe de media in Nederland zijn, maar in Groot-Brittannië zijn ze erg hard. Ze prijzen iemand de hemel in en als hij dan de top bereikt, trappen ze hem de grond in. En Jenson is stevig aangepakt vanwege de situatie waarin hij zat. Hij had meer dan honderd Grands Prix gereden en er nog geen gewonnen. Maar dat was omdat hij nooit een auto had die hem in staat stelde om te winnen. En dat is tot op de dag van vandaag zo, want hoewel de Honda in 2006 een stuk beter was, was die nog altijd niet goed genoeg om consistent races te winnen".

Wat is voor jou na ruim vijftig jaar de meest opmerkelijke coureur geweest; degene waar je het meest tegenop keek?

Murray: "Dat is zo'n moeilijke vraag. Mensen vragen het me voortdurend. Ik moet er eerst het nodige bij zeggen. Het is heel moeilijk om coureurs van verschillende generaties te vergelijken, omdat ze verschillende auto's hebben gereden, op verschillende circuits en onder verschillende regels en reglementen. Maar degene waar ik het meest tegenop kijk, in de Formule 1 was dat Fangio. Maar bovenal Nuvolari, de Italiaan die voor de oorlog reed".

Welke van de nieuwe generatie coureurs zijn wat jou betreft het meest veelbelovend?

Murray: "Ik neem aan dat je bedoelt: afgezien van Alonso en Räikkönen. Nou, Kubica, de Poolse jongen, is erg indrukwekkend. Hij had een fantastisch seizoen in 2006 als je bedenkt dat hij als derde rijder begon en nog voor het einde van het seizoen het podium haalde. Ongelooflijk! Sebastian Vettel is ook duidelijk erg goed. Als Engelsman hoop ik dat Jenson Button het goed gaat doen als de auto goed genoeg is en ik heb er alle vertrouwen in dat dat goed gaat komen. Maar de tijd begint wel te dringen voor Jenson. Hij is nog steeds jong, maar er beginnen mensen op de deur te kloppen die jonger zijn dan hij. 

Maar Kubica, Vettel en ik weet verder weinig van Kovalainen. Hij is goed, dat kun je wel aan zijn resultaten tot nu toe zien, maar hij heeft nog geen Formule 1-race gereden, dus we zullen moeten afwachten om te zien hoe goed hij echt is".

Michael Schumacher is gestopt, iemand die heel lang op de voorgrond is geweest. Verwacht jij dat de sport zal veranderen nu hij er niet meer bij is?

Murray: "Ik hoop dat het nu voor het grote publiek veel interessanter zal worden. Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar in Engeland begonnen mensen verveeld te raken doordat Ferrari en Michael Schumacher steeds wonnen. Ze hadden minder interesse voor de Formule 1 dan voorheen. Ik hoop dat, nu Alonso en Räikkönen naar een nieuw team gaan, Jenson Button hopelijk een betere auto krijgt en met mensen als Kubica en Kovalainen erbij er veel meer verschillende mensen zich in de gevechten aan de kop kunnen mengen. Daardoor zal het veel interessanter en spannender worden voor het grote publiek". 

Tot slot, wat zijn je plannen voor de nabije toekomst?

Murray: "Ik ben in 2007 weer Honda Racing's Formule 1 Ambassadeur. Daarnaast blijf ik het commentaar doen bij de Grand Prix Masters. Ik ga naar Australië voor de Cipsal 500, wat een enorm tourwagenevenement is in Adelaide. Het is een geweldig evenement met zo'n 300.000 toeschouwers. Voor Australië, nu ja overal eigenlijk, is dat een enorm groot publiek. Ik ga terug naar Australië voor de Grand Prix van Australië. Voor Channel 10 doe ik daar evenals afgelopen jaar het commentaar. Verder doe ik de twee Goodwood evenementen; The Festival of Speed en The Goodwood Revival. Maar mijn eerste liefde blijft motorraces. Ik kan nu meer motorraces bezoeken omdat ik meer tijd heb, dus ik kijk ernaar uit om in 2007 ook daar een aantal van dichtbij te zien". 

 

Murray Walker blijft dus een bezig baasje. Ondanks dat hij het tegenwoordig rustiger aan doet, is de passie voor de autosport  altijd gebleven. Een passie die hij altijd oprecht laat spreken en in al die jaren ook heeft overgebracht op meerdere generaties Grand Prix-kijkers. Zijn bijdrage aan de populariteit van de Formule 1 in het Britse Koninkrijk werd tot in de hoogste geledingen van de sport herkend en gewaardeerd: Bernie Ecclestone zelf was, zoals hij zelf zegt, Murray's grootste fan en heeft de deur voor een terugkeer altijd wijd open gehouden. Een definitieve terugkeer als Formule 1-commentator sluit hij uit, maar hij geniet met volle teugen van het werk dat hij mag doen. Het Engelse publiek heeft vrijwel alleen maar waardering voor zijn werk. Vele autosportfans groeiden op met zijn commentaar en op zondagmiddag was hij een vaste gast in vele huiskamers. Voor hen blijft Murray altijd 'de stem van de Formule 1'. 

  

 

Murray Walker keerde na vijf jaar terug in het Formule 1 paddock.

 

 

 

 

Al in 1949 trad hij in dienst bij de BBC voor de verslaggeving van auto- en motorsportraces.

 

 

 

 

De Britse Grand Prix van 1949 was de eerste die Murray voor de BBC van commentaar voorzag.

 

 

 

 

De samenwerking in de commentaarpositie met oud-wereldkampioen James Hunt was bewogen, maar bijzonder.

 

 

 

 

"Martin Brundle is de ideale co-commentator. Hij weet er alles van en heeft alles al meegemaakt in de autosport".

 

 

 

 

"Toen ik begon droegen de coureurs geen veiligheidskleding; er waren geen gordels, geen grindbakken, geen vangrails".

 

 

 

 

Murray zat in 1986 zelf even in een F1-auto, zij het in stilstand en belaagd door Piquet en Mansell.

 

 

 

 

Dit seizoen keerde Murray terug in het F1-paddock als ambassadeur voor Honda.

  

 

 

 

Ook keerde hij terug achter de microfoon voor de verslaggeving van de Grand Prix Masters.

 

 

 

 

"De race op Silverstone was erg goed, maar het had niet veel gescheeld of het evenement was niet doorgegaan".

 

 

 

 

Murray heeft de gewoonte staand commentaar te geven. Martin Brundle volgde zijn voorbeeld.

 

 

 

 

"Senna was uniek in het feit dat hij zo enorm bekend was en een held was voor zoveel mensen'.

 

 

 

 

"Mensen zoals Nigel Mansell zijn persoonlijke vrienden van me geworden".

 

 

 

 

"Ik ben gastheer voor de gasten en sponsors in de Paddock Club".

 

 

 

 

"Als Engelsman hoop ik dat Jenson Button het goed gaat doen, maar de tijd begint wel te dringen voor Jenson".

 

 

 

In Australië is Murray nog steeds populair. Hij doet er op uitnodiging van Channel 10 het commentaar bij de Grand Prix in Melbourne.

 

 

 

 

 

 

MURRAY OVER HET MISSEN VAN DE GRAND PRIX VAN HONGARIJE   (1,4 MB)

 
                om te downloaden: klik met de rechter muisknop op het icoontje en 'kies opslaan als'  
       
     
  THE MURRAYISMS  
       
  Gedurende zijn lange carrière resulteerde Murray's enthousiasme soms in hilarische versprekingen. Zo hilarisch dat ze als klassiekers gelden in de Engelse sportjournalistiek en dat er complete internetpagina's gewijd zijn aan de zogenaamde 'Murrayisms'. Wij zetten de mooiste op een rijtje.  
     
       
 

  "Unless I'm very much mistaken -- I AM very much mistaken!"

   
 

  "And now excuse me while I interrupt myself..."

   
    "He's obviously gone in for a wheel change. I say obviously because I can't see it"    
    "He is shedding buckets of adrenaline in that car"    
    "...and there's no damage to the car... except to the car itself..."    
    "This is an interesting circuit because it has inclines, and not just up, but down as well"    
    "Tambay's hopes, which were nil before, are absolutely zero now"    
    "With half the race gone, there is half the race still to go"    
    "The status quo could well be as it was before"    
    "The faster he goes the quicker he'll get to the pits. The slower he goes the longer it will     take"    
    "There is nothing wrong with the car except that it is on fire."    
    "Schumacher's car is absolutely unique except for the one behind, which is identical"    
    "Only a few more laps to go and then the action will begin... Unless this is the action,    
      which it is"    
    "...and the Peugeot cup of misery is filled past overflowing”    
    "And now the boot is on the other Schumacher!"    
    "I imagine the conditions in those cars today are totally unimaginable"    
    "Anything happens in Grand Prix racing and it usually does"