www.f1-planet.com - Special: The Schumacher Legacy

    

          [Deel 1]         [Deel 2]         [Deel 3]
          Michael's Mooiste Overwinningen
          Carrière overzicht
 
 

Het vallen van de vlag in Brazilië markeerde het einde van een tijdperk: met 250 starts achter zijn naam, 91 overwinningen, 68 pole-positions en zeven wereldtitels neemt de meest succesvolle Formule 1- coureur aller tijden afscheid. In zestien seizoenen brak Michael Schumacher alle records. Het zijn de cijfers die jaren na dato nog een diep respect zullen inboezemen, maar er was meer dan alleen een compleet herschreven recordboek wat Michael Schumacher de sport nalaat.

Dat erfgoed staat centraal in een driedelige special:                            The Schumacher Legacy. 

 

 

 

Deel 1  Talent Uit Duizenden

Het is, zo aan het einde van het seizoen 2006, geen eenvoudige klus om een eenduidig antwoord te geven op de vraag wat de 'nalatenschap' van Michael Schumacher in de Formule 1 omvat? Natuurlijk liggen er compleet herschreven statistieken die op zichzelf al aangeven hoe groot de impact is die de 37-jarige Kerpener heeft gehad op de sport, maar met alleen de statistieken zou je tekort schieten. Er is veel meer dan alleen de indrukwekkende cijfers die door geen andere coureur ooit zijn gehaald en naar alle waarschijnlijkheid ook niet meer zullen worden gehaald.

Waarschijnlijk wordt de precieze omvang van zijn werk in deze sport in de komende seizoenen pas echt duidelijk, als bij zijn afwezigheid het contrast kan worden opgetekend tussen de periode van en de periode na Michael Schumacher. Dan ook zullen langzaam maar zeker de nog niet eerder onthulde verhalen naar buiten komen. Van hemzelf, van de personen om hem heen zoals manager Willi Weber, van zijn collega's bij Ferrari en van zijn concurrenten. Pas dan zullen de successen, de controversen en zijn kwaliteiten echt in een historisch perspectief kunnen worden geplaatst. Tot die tijd zijn er alleen de dingen die voor het publiek te zien zijn geweest, de achtergronden die met de jaren door verschillende autosportmedia zijn uitgewerkt en de interviews, waarin hijzelf of een van de mensen die dicht bij hem staan, tekst en uitleg verschaft.

Vaak gingen die interviews over feitelijkheden van het hier en nu. Over het verleden, de verre toekomst of persoonlijke zaken sprak hij liever niet in de media. Zich bewust van zijn positie als een van de meest gevolgde sporters ter wereld wist hij dat de minste 'slip of the tongue' kon uitmonden in schreeuwende koppen en de wildste verhalen in de tabloids. De persoonlijke zaken, zoals zijn gezin en zijn gevoelens, hield hij strikt buiten de media. Het was al moeilijk genoeg om een stukje privacy te behouden in een wereld waarin je voortdurend in de aandacht staat, ook buiten de Grands Prix. Het is de twijfelachtige eer die je ten deel valt als je het talent uit duizenden bent...

 

Dat talent werd al op zeer jonge leeftijd zichtbaar toen de jonge Michael Schumacher, van 3 januari 1969, voor het eerst plaatsnam in een kart op de kartbaan in Kerpen: al vanaf zijn vierde zou de jonge Schumacher daar consequent zijn rondjes rijden en zich steeds verder ontwikkelen. In 1984 behaalt hij het Duits Juniorenkampioenschap Karting, een titel die hij een jaar later prolongeert. In dat jaar finisht hij ook als tweede in het Europese kampioenschap. Bij zijn overstap van het junior naar het Duitse Senior Kartkampioenschap in 1986 doet hij vanaf het begin vooraan mee om het jaar erna de titel met volle overtuiging op zijn naam te brengen. 

Schumacher behoort op dat moment tot de Europese top in het karten, maar een status van natuurtalent verwerft hij er vooralsnog niet. In plaats daarvan ontwikkelt Michael zich consequent, stap voor stap. De overstap naar de single seaters maakt hij met ogenschijnlijk gemak. In 1988 is hij duidelijk de sterkste man in het Duitse Formule König kampioenschap. In de Formule Ford 1600 verloopt het minder soepel en eindigt hij als zesde. In de Formule 3 pakt hij in zijn debuutseizoen een jaar later, in 1989, één overwinning. 

Hij rijdt dat seizoen voor het WTS-team van Willi Weber. Weber is onder de indruk van het talent en de toewijding van zijn pupil en neemt hem samen met ex-BMW topman Jochen Neerpasch onder zijn hoede. De laatst genoemde werkte inmiddels aan een Mercedes juniorteam in de Group C Sportscars en hij haalt Schumacher over om naast Heinz-Harald Frentzen en Karl Wendlinger plaats te nemen in het nieuwe super team. Erg veel ontlopen de drie elkaar niet in de Group C. Sterker nog: de algemene perceptie is in die tijd dat van hen niet Schumacher, maar Frentzen de meest complete coureur is. 

De link met Mercedes-Benz was echter gelegd en die zou een jaar later, in 1991 zeer belangrijk blijken voor zijn debuut in de   Formule 1. Michael had inmiddels het Formule 3-kampioenschap van 1990 gedomineerd en met vijf overwinningen de titel op zijn naam gebracht. Ook de prestigieuze internationale F3-race in Macau, waar onder meer Eddie Irvine, Mika Salo en Mika Häkkinen deelnamen, werd gewonnen door Schumacher. Toch bleef een hype rond het jonge Duitse talent uit. Internationaal ging de aandacht vooral uit naar de talenten in het Britse Formule 3-kampioenschap. Duitsland bevond zich al een aantal decennia in een moeilijke positie in de autosport en slechts weinig Duitse talenten zouden de overstap maken naar de, vooral Engels georiënteerde, Formule 1.

De ontwikkeling van de coureur Michael Schumacher zette zich ondertussen gestaag door en zijn talent werd meer en meer herkend door zijn broodheren bij Mercedes. Zij namen in die periode een optie van vijf seizoenen op de diensten van de Duitser. Mocht Mercedes haar rentree maken in de Formule 1, zou Schumacher zijn diensten als eerste aan het merk uit Stuttgart moeten aanbieden. Onderdeel van de afspraak was dat Mercedes Schumacher zou helpen een plekje te veroveren in de elite van de internationale autosport. Toch zou het niet bepaald aanbiedingen regenen: Arrows en Tyrrell zijn de enige namen die aan het begin van 1991 contact opnemen met Weber, maar van concrete aanbiedingen was geen sprake. Schumacher leek zich erbij neer te moeten leggen dat zijn kansen nog wel even op zich zouden laten wachten. Mogelijk zelfs tot het moment dat Mercedes met haar eigen team zou komen; een plan dat in die fase vooral broedde bij het management van het Group C team, onder leiding van Peter Sauber. 

Halverwege dat jaar zou zich echter een onverwachte mogelijkheid voordoen. Aan het begin van dat jaar was de Ier Eddie Jordan vanuit de Formule 3000 met een eigen F1-team gedebuteerd. De gifgroene 7Up Jordan 191 baarde veel opzien bij de gevestigde orde: in de trainingen zaten de Jordans van meet af aan regelmatig in de subtop; daar waar vele inschrijvingen niet eens door de voorkwalificatie heen kwamen. Het ontbrak het team echter aan betrouwbaarheid en... geld, want naarmate het seizoen vorderde kwam het team onder een steeds grotere financiële druk te staan. Sommige insiders speculeerden jaren later nog over wat het lot van het team - en dat van het grootste talent van de sport - zou zijn geweest als niet de vaste coureur van het team, Bertrant Gachot, in London zou zijn gearresteerd na een geweldsincident met een taxichauffeur. De Belg had een contract tot het einde van het seizoen, maar zou vanwege zijn hechtenis zijn thuisrace op Spa moeten missen. Het gaf Eddie Jordan de kans om de bedongen chêque van 150.000 pond aan te nemen van Mercedes om in België een zekere Michael Schumacher te laten debuteren in de Formule 1.

Op de vrijdag in augustus in de Ardennen zou het tot velen die het aanschouwden doordringen dat de Formule 1 in Michael Schumacher een nieuw supertalent in huis had: op Spa, het circuit dat erom bekend staat dat het de mannen van de jongens scheidt, hield de 22-jarige Duitser het gas er vol op door Eau Rouge en spreidde over de 6,9 kilometer lange baan een wagenbeheersing ten toon die maar weinigen voor een debutant voor mogelijk hielden. In de kwalificatie zou Schumacher de Jordan op een sensationele zevende startpositie kwalificeren, nog voor Roberto Moreno - de man die hij uiteindelijk zou vervangen - in de Benetton en ruim 0,7 seconde voor zijn ervaren teamgenoot Andrea de Cesaris. In de race zou de Jordan door een kapotte aandrijfas nog geen 800 meter ver komen, maar de toon was gezet; Ayrton Senna won de Grand Prix, maar het gesprek van de dag ging over die ietwat schuchtere Duitser in die knalgroene Jordan. 

 

Al snel zou blijken dat Schumacher ook in de regen over een bijzondere wagenbeheersing beschikte. Op een drijfnat Circuit de Catalunya was het veelzeggend dat hij, nu rijdend voor Benetton, zich op de eerste startrij kwalificeerde, nog voor regenspecialist bij uitstek Ayrton Senna en Riccardo Patrese in de ultradominante Williams. Die positie zou hij bij de start niet houden, maar in tegenstelling tot veel gevestigde namen hield hij de Benetton in de moeilijke condities in het rechte spoor, om achter Mansell zijn derde podiumfinish op rij te behalen. Niet veel later zou in vergelijkbare condities zijn eerste overwinning volgen: op een nat Spa, precies een jaar na zijn debuut, zou een gunstig getimede wissel naar slicks de doorslag geven. Hij was ermee seconden sneller dan Mansell die zijn pitstop te lang had uitgesteld en het gaf de Benetton voldoende voorsprong om als eerste over de finish te gaan. Niemand kon op dat moment bevroeden dat het de eerste was van niet minder dan 91 overwinningen.

De geschetste ontwikkeling van Schumacher zou na zijn komst naar de Formule 1 niet afzwakken. In tegendeel. Bij Benetton vond hij in Technisch Directeur Ross Brawn en Head of Engineering Pat Symonds twee begenadigde en inmiddels door de wol geverfde technische toppers. De samenwerking met de, al snel onomstreden nummer 1-coureur in het team, werd gedurende zijn eerste jaren bij het team steeds intensiever. Hij nam zelf het leeuwendeel van de tests voor zijn rekening. Daar waar coureurs als Senna, Prost en Mansell de vele kilometers maar wat graag aan de testcoureurs overlieten. Het was onvermijdelijk dat de formatie van Benetton rond Schumacher op een dag zijn vruchten zou gaan afwerpen. Het team en de coureur groeiden samen in hoog tempo en gaandeweg zou de interactie zo sterk zijn dat het team de auto volledig naar de wensen van de Duitser kon afstellen.

In de races werden Schumachers prestaties constanter. Na aanvankelijk een paar aanvaringen met coureurs als Berger en Senna, zou Michael Schumacher de Benetton steeds vaker aan de finish brengen. En als die finishte, was dat vrijwel steeds op het podium en zonder uitzondering in de top-5. In 1993 zat Benetton dicht bij de top, maar was Williams nog altijd een klasse apart. In 1994 kon ze eindelijk de strijd aangaan met het team uit Grove en haar nieuwe nummer 1, Ayrton Senna. Van het gedroomde titanenduel tussen de oude meester en zijn jonge uitdager zou het helaas niet mogen komen. Michael Schumacher bevond zich in ronde 6 in Imola  pal achter de Williams op het moment dat die bij het insturen van Tamburello het circuit verliet...

De dood van Ayrton Senna had een grote impact op Schumacher. "Hij was altijd een groot voorbeeld voor mij. Voor mij was er ook geen twijfel dat hij dit kampioenschap zou hebben gewonnen. Zijn dood was een situatie die voor mij persoonlijk heel moeilijk te bevatten en te overwinnen was, omdat ik nog niet eerder zo met de dood ben geconfronteerd", zo zei hij enkele maanden later na het behalen van zijn eerste wereldtitel in Adelaide. Na Imola '94 was Schumacher vanuit het niets de torenhoge favoriet voor het wereldkampioenschap en had hij letterlijk de sterrenstatus geërfd van de betreurde Braziliaan. Daarmee ging een druk gepaard die de coureur Schumacher nog niet eerder had ervaren en die een keerpunt zou betekenen in zijn carrière. Vanaf dat moment zou die druk onafgebroken op zijn schouders blijven rusten.

 

Na het behalen van zijn twee wereldtitels met Benetton valt in de zomer van 1995 de beslissing dat Schumacher vertrekt naar Ferrari. Willi Weber had eerder al het contract met Mercedes in den minne geschikt en voor zijn protégé een contract bij Ferrari bedongen dat hem een van de best betaalde sporters ter wereld zou maken: $20 miljoen was het bedrag waarvoor de wereldkampioen naar Maranello zou komen. Daar aangekomen zou echter snel blijken dat Ferrari nog wel een lange weg te gaan had voordat het team klaar zou zijn voor een serieuze greep naar de wereldtitel. Jean Todt had het team drie jaar eerder bij de hand genomen, stevig gereorganiseerd en nu was het tijd voor de tweede fase van zijn masterplan: de juiste kopstukken aantrekken om Ferrari terug te brengen naar de top.

Michael Schumacher was de eerste die het team nieuw elan moest geven. Ondanks een moeizaam eerste seizoen met veel uitvalbeurten, werd steeds duidelijker dat het voor hem een persoonlijke missie werd om Ferrari na bijna twee decennia weer een wereldtitel te bezorgen. Nu Nigel Mansell als laatste van de jaren '80 generatie afscheid had genomen, stond Schumacher inmiddels definitief aan de absolute top van de Formule 1. In de races was hij met ogenschijnlijk inferieur materiaal in staat tot opmerkelijke prestaties. Zoals in de enorme regen op het Circuit de Catalunya in 1996. De Ferrari F310 was in de voorgaande races een zorgenkindje gebleken, maar in de race, waarin de ene na de andere coureur van de baan ging, hield Schumacher het tempo hoog en zou hij op twee coureurs na het hele veld op een ronde zetten.

Het was in dit soort races dat het leek alsof Schumacher als het ware om de problemen van een auto heen kon rijden. Zelfs zo, dat het van buitenaf met ogenschijnlijk gemak gaat. Precies twee jaar eerder had hij zoiets klaargespeeld toen de versnellingsbak van zijn Benetton na 25 ronden in de vijfde versnelling bleef hangen. Veel andere coureurs zouden de auto aan de kant hebben gezet, maar Schumacher reed de race uit; maakte zelfs nog een pitstop en speelde het klaar om in de vijfde versnelling weer op te trekken om desondanks de race nog als tweede te finishen.

Na het eerste seizoen bij Ferrari werd Schumacher herenigd met Ross Brawn, die begin 1997 overkwam van Benetton. Samen hadden ze al grote successen geboekt, maar in het Ferrari-tijdperk zou het tweemanschap een nog grotere impact hebben, vooral nu strategie aan het einde van de jaren '90 een steeds grotere rol ging spelen. Brawn was als tactisch meesterbrein in staat om een race tot in detail te 'lezen'. In Schumacher had hij, zo zegt hij zelf, de ideale coureur om mee te werken. "Als ik hem vergelijk met andere coureurs waar ik in het verleden mee gewerkt heb, dan valt vooral op dat hij zo rustig is. Waar anderen keihard werkten op de baan, is Schumacher zo relaxt dat het over de radio lijkt alsof hij naast je zit en niets doet. Hij kan functioneren als een Formule 1-coureur en heeft daarbij nog een reservecapaciteit om na te denken over de race en over wat er om hem heen gebeurt. Ik heb daarentegen gewerkt met coureurs die alle aandacht nodig hebben voor datgene waar ze op dat moment mee bezig zijn en geen reserves hebben", zei Brawn eens over Schumacher.

In de tien seizoenen dat Schumacher en Brawn samenwerkten bij Ferrari zorgde de synergie tussen de twee voor een aantal sublieme, tactische overwinningen. De meest opmerkelijke wellicht die in Hongarije in 1998. Daar was McLaren het gehele seizoen al technisch oppermachtig. Het team uit Woking behaalde grote voordelen uit de samenwerking met Bridgestone; daar waar Good Year, het merk onder de Ferrari's, aan het einde van dat seizoen zou uitstappen. Desondanks counterde de Scuderia sterk wanneer Häkkinen en Coulthard steken lieten vallen. Het liep tegen het einde van de zomer toen Ferrari echter wel onder druk stond als ze haar kampioenschapsaspiraties dat seizoen nog in leven wilde houden. Via een compleet onverwachte drie-stop-strategie verschalkte Schumacher uit schier kansloze positie de beide McLarens voor de overwinning. Met minder brandstof aan boord had Schumacher ronde na ronde kwalificatietijden laten noteren en zo de achterstand weggewerkt. Pas nadat de Ferrari na de derde stop voor de McLarens de pitstraat uit kwam, werd duidelijk wat Ferrari had klaargespeeld.

Het zijn deze overwinningen die het talent van Michael Schumacher echt optekenden. Daarnaast waren het zijn veerkracht en weerstand tegen de enorme druk die hem met name in de tweede helft van zijn carrière zo onnoemelijk sterk maakten. Vooral in het lastige jaar 2000, toen hij inmiddels was teruggekeerd van de dubbele beenbreuk die hij in 1999 had opgelopen tijdens de Grand Prix van Engeland in Silverstone, nam de druk hand over hand toe. Ferrari was bij afwezigheid van Schumacher met Eddie Irvine al heel dicht bij de titel gekomen en het jaar 2000 begon met vijf overwinningen op rij als een sprookje. Vervolgens zou een lange reeks van pech en ongevallen ervoor zorgen dat McLaren en Mika Häkkinen ijzersterk terugkwamen in de strijd om de wereldtitel. Na zijn meesterlijke inhaalmanoeuvre op Schumacher in Spa kwam die zelfs aan de leiding in het kampioenschap. Velen vroegen zich al af of het Schumacher-Ferrari partnership nog een deceptie zou kunnen doorstaan, maar met vier overwinningen op rij zou Schumacher er geen twijfel over laten bestaan: hij maakte Ferrari na 21 jaar weer wereldkampioen.

 

Het behalen van de wereldtitel bij Ferrari werpt een last van zijn schouders. Hij benadert het vanaf nu rustiger. "In 2000 heb ik de belangrijke wereldtitel voor Ferrari en mij behaald en alles wat daarna nog volgt is gewoon een bonus", zegt hij zelf na het behalen van zijn zevende wereldtitel in 2004. De Ferrari organisatie loopt inmiddels als een Zwitsers uurwerk en in die omstandigheden floreert het talent van Michael Schumacher pas echt. Regelmatig devalueert hij de oppositie compleet met ultradominante wedstrijden. Vooral in 2002 en 2004 is er geen kruid gewassen tegen de Ferrari met startnummer 1. De snelheid, stabiliteit en de baanbrekende betrouwbaarheid van Ferrari stellen hem in staat nagenoeg maximaal te scoren: in 2004 staat hij vijftien keer op het podium en wint hij er dertien. 

Inmiddels heeft hij dan alle recordboeken al herschreven. Het begon in 1995 met het evenaren van het record van negen overwinningen in één seizoen dat drie jaar eerder was gezet door Nigel Mansell. De gemiddelde scores van Schumacher over één seizoen overstegen al alle superlatieven, maar vanaf de 21e eeuw zou hij ook daadwerkelijk kopposities innemen in de 'Aller tijden' lijstjes. Na opnieuw negen overwinningen in één seizoen in 2000 werd hij na Australië 2001 de coureur met de meeste snelste ronden achter zijn naam; het oude record stond op 41 en op naam van Alain Prost. Na België 2001 werd hij definitief de coureur met de meeste overwinningen en verdrong hij opnieuw Alain Prost (51 overwinningen). Met zijn zesde wereldtitel in 2003 werd hij definitief de meest succesvolle F1-coureur aller tijden en overtrof hij de statistieken van de 'maestro', Juan Manuel Fangio. Tot slot sneuvelde dit jaar in San Marino ook het laatste record dat nog niet op naam stond van Michael Schumacher: het record van 65 pole-positions van Ayrton Senna werd definitief uit de boeken gereden.

Zelf praat Schumacher er in de regel niet over: statistieken. Zijn respect voor de grote namen van weleer is te groot om zich te laten verleiden tot grootspraak. Dat respect weerklonk ook toen hij in 2002 op gelijke hoogte kwam in aantal wereldtitels met Juan Manuel Fangio. "Het is niet te vergelijken", zei hij in een interview, "Ik weet dat mensen hier veel over praten. Zo van: 'nog één wereldtitel en dan heeft hij zijn doel bereikt'. Maar om de situatie zo te benaderen is niet erg eerlijk. Wat racers in het Fangio-tijdperk hebben bereikt is van een heel andere kwaliteit dan wat wij tegenwoordig doen. In mijn ogen moet het hoger worden ingeschat. Als ik alleen al kijk naar de veiligheidsstandaard in die tijd. Ik neem er mijn pet voor af. Ik bewonder de prestaties van deze mensen".

Dit seizoen kwam hij na een moeizaam 2005 weer terug aan de kop van het veld. Ferrari delfde in eerste instantie het onderspit ten opzichte van Renault, maar de Scuderia zou zich sterk terugknokken en Schumacher alsnog een kans geven om voor de titel te strijden.  De overwinning in Monza was er weer één zoals we het al vaker hebben gezien. Vechtend voor zijn laatste kansen op de titel bijt Schumacher zich vast in zijn doel en in die situatie is hij op z'n sterkst. Het was een bijzondere dag. De dag dat hij na maanden van speculaties zijn afscheid aankondigde. Hij had het veel coureurs voor hem zien doen. Met opgeheven hoofd, gemengde gevoelens, maar soms ook met verbittering en pijn in het hart. Dat laatste was iets wat Schumacher zelf koste wat kost wilde voorkomen. Als hij zou vertrekken, dan moest dat op een hoogtepunt zijn. Door de mechanische problemen in Japan en in zijn laatste race in Brazilië bleef een écht hoogtepunt uit, maar het toonde des te meer de verbetenheid en bijzonderheid van de coureur Schumacher: vechtend tot de allerlaatste meter en in die duels een klasse apart. 

 

 

 

De meest succesvolle coureur aller tijden neemt definitief afscheid van de sport.

 

 

Michael Schumacher: zeven keer wereldkampioen, 91 overwinningen en 68 poles. 

 

 

Al op jonge leeftijd reed Michael zijn rondjes op de kartbaan in Kerpen.

 

 

In de Formule 3 met WTS onder leiding van zijn latere manager Willi Weber.

 

 

In de Group C Sportscars vormde Michael een Duits juniorendreamteam met Heinz-Harald Frentzen en Karl Wendlinger.

 

 

Halverwege 1991 deed zich een onverwachte mogelijkheid voor: debuut in de Formule 1 bij Jordan.

 

 

Het werd een debuut waar de vonken letterlijk af spatten. Schumacher kwalificeerde zich als zevende.

 

 

Bij Benetton werd de samenwerking met Ross Brawn en Pat Symonds (links) steeds intensiever. 

 

 

België 1992: een jaar na het debuut volgde de eerste overwinning. 

 

 

In 1994: de eerste wereldtitel met het Benetton van Flavio Briatore.

 

 

Op een drijfnat Circuit de Catalunya boekte Schumacher een onmogelijke, maar uiterst dominante eerste overwinning met Ferrari.

 

 

Het duo Schumacher-Brawn werd in 1997 herenigd bij de Scuderia en zou historische successen boeken.

 

 

Hongarije 1998: door een tactische meesterzet en constante kwalificatietijden versloeg Schumacher de McLarens.

 

 

Deceptie in 1999: In Silverstone breekt Michael zijn been na een crash in Stowe.

 

 

Na de eerste titel in 2000 volgt een uiterst dominante periode voor Schumacher en Ferrari met vijf wereldtitels op rij.

 

 

Eind 2002: Schumacher evenaart het record van vijf wereldtitels van Juan Manuel Fangio.