www.f1-planet.com - First Gear

 

   Door: Stefan Zwinkels

    Twee handen op één buik

 

Waar de Britse pers in het weekend van de Engelse Grand Prix vooral Jenson Button op de korrel nam na zijn blamerende optreden in de kwalificatie en vervolgens een teleurstellende race, kregen de woorden van FIA-president Max Mosley maar weinig gehoor. Iedereen dacht er zo het zijne van toen Mosley met het idee kwam om vanaf 2011 een motor te introduceren die voor een efficiënter brandstofverbruik moet zorgen. Nu lopen de motoren gemiddeld zo’n 2:1; inderdaad twee keer zoveel liter benzine als er kilometers worden verreden. Per coureur is dat alleen in de race al dus ruim 600 liter. Tel daar nog eens een derde bij op, die dienst doet als je in de kwalificatie de volle twintig minuten in de derde leg moet volmaken.

Met name de derde kwalificatieleg, waarbij de coureurs met racehoeveelheden brandstof aan boord moeten staat lijnrecht tegenover de plannen die Mosley in zijn persconferentie ten toon spreidde. Bij de invoering van het nieuwe kwalificatieformat werd al gauw gewezen op de zinloos ogende kolonne die vrijwel onafgebroken en plichtmatig in de rondte gaat. Omdat ondertussen de brandstofprijs de € 1,50 benaderde, moest Mosley toegeven dat het ‘niet de juiste boodschap’ overbracht aan de toeschouwers. In zijn nieuwe format zouden de fabrikanten gehouden zijn aan een vastgesteld consumptiegedrag. De energie die vrijkomt tijdens het rijden zou bovendien moeten worden opgeslagen en worden omgezet in een extra stroomvoorziening die tijdelijk voor extra motorisch vermogen zou moeten zorgen.

De FIA-president maakt er opnieuw geen half werk van om nog voordat de fabrikanten goed en wel, zij het schoorvoetend, akkoord zijn gegaan met de bevriezing van het motorconcept met ingang van 2008, de volgende reeks voorstellen aan te dragen. En hoewel het nog een niet volledig uitgewerkt plan is, lijkt de volgende zet in de grote schaakpartij om de toekomst van de Formule 1 dus al in de maak. De voorstellen volgen op een veelbesproken dubbelinterview dat Mosley gaf met Bernie Ecclestone. In het interview blikten ze terug op de lange, slepende strijd met de fabrikanten en lieten de twee geen gelegenheid onbenut om de fabrikanten ervan langs te geven over hun starre houding.

Van het woord ‘winnaars’ wilden ze niets weten, maar de timing van het interview en de ruime verspreiding ervan naar de internationale sportpers gaf toch een heel ander beeld. Bedenk dat Mosley en Ecclestone nooit iets zonder reden doen. Zeker wanneer ze er tegelijk voor gaan zitten, dan weet je dat er storm op komst is. In dit geval een storm die bedoeld was om de morrende fabrikanten op hun plaats te zetten. Zij waren door een procedure omtrent de inschrijving voor het Wereldkampioenschap 2008 op een simpele manier gedwongen tot capitulatie. Mosley zorgde er bovendien voor dat zij ondanks die inschrijving weinig invloed meer uit konden oefenen op de Technische reglementen, want die lijnen had hij eerder al uitgezet in samenspraak met Ferrari, Renault en Cosworth. 

Ondanks hun verschillende rollen waren Mosley en Ecclestone het in het interview steeds roerend met elkaar eens. Ze hebben, zo stellen ze, elk verschillende kwaliteiten, maar hetzelfde belang. In zekere zin is dat een logische gedachte met de FIA als regelgevende autoriteit en Ecclestone, die met CVC nog minstens 95 jaar houder is van de commerciële rechten, maar het geeft daarbij ook een heel duidelijk inzicht in hoe de beide heren zich tot elkaar verhouden. En dat is in sommige gevallen ronduit twijfelachtig. Zo stelt Mosley dat de FIA vooral de omstandigheden moet scheppen om Ecclestone in staat te stellen het toegezegde startveld van twintig auto’s te kunnen opbrengen. De FIA lijkt zich in hoge mate in dienst te stellen van de houders van de commerciële rechten, dit terwijl ze zich daar volgens de Europese richtlijnen juist verre van moet houden en haar integriteit als onafhankelijk instituut moet bewaken. Ironisch genoeg lijkt de plotselinge koerswijziging in de richting van de illusie van 'ecologisch verantwoord' racen juist bedoeld om diezelfde Europese Commissie te vriend te houden.

Mosley spreekt zich bovendien opvallend neerbuigend uit over de organisaties van het World Rally Championship en het Sports Car kampioenschap, die eveneens onder haar auspiciën vallen. Hij trekt een vergelijking tussen het organisatorische niveau van de drie series en heeft er, met uitzondering van de Formule 1, klaarblijkelijk een niet al te hoge dunk van. Vanuit zijn functie kunnen zulke uitspraken mijns inziens echt niet door de beugel.

Mosley en Ecclestone geven bovendien aan beiden niet te geloven in een democratisch model, omdat de teams het ‘toch nooit eens zouden worden’. Saillant is dat het interview ook inhaakt op het feit dat de heren zich jaren geleden aan de andere kant van de tafel bevonden, toen ze met de FOCA-teams de strijd aangingen met de FIA die onder leiding stond van Jean-Marie Balestre. Allebei waren ze ooit teambaas en vochten ze, evenals de fabrikanten nu, voor meer inspraak en een betere verdeling van de inkomsten. Ze waren destijds zelfs nog meer gebrand op het starten van een eigen kampioenschap dan nu de fabrikanten kan worden verweten. Ze kijken zelf met genoegen terug op hun tijd als teambaas, maar die jaren liggen, als je ze zo bezig ziet, inmiddels wel erg ver achter hen… 

    Groeten,

         Stefan